NMa moet boetes aan hoveniers verlagen
03-05-2012
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft in 2005 een te hoge boete opgelegd aan acht Limburgse hoveniersbedrijven. Dat heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) bepaald.
De bedrijven deden het groenonderhoud voor de gemeente Maastricht en maakten verboden prijsafspraken voor de openbare aanbesteding. Het NMa legde de acht bedrijven destijds boetes op variërend van €36.500 tot €302.500.
Zeer zwaar
De kartelwaakhond kwalificeerde de overtredingen als zeer zwaar en hanteerde daarom bij de berekening van de boetes een rekenfactor 2. De opgelegde boetes zijn berekend over drie jaren aanbestedingsomzet. Daarnaast werden de boetes met 30% verhoogd vanwege 'boeteverhogende omstandigheden'.
Het CBB heeft nu bepaald dat deze verhoging met 30% ten onrechte is opgelegd. Ook heeft de NMa ten onrechte de boete over drie jaar berekend. Het NMa legde de verzwaring op omdat volgens haar de betrokken bedrijven zich bewust konden zijn van het feit dat prijsafspraken bij aanbestedingen verboden zijn. Dit omdat eerder al de bouwfraude in het nieuws was geweest. Daarnaast was er grote politieke verontrusting over de verboden aanbestedingsafspraken.
Onterecht
Het CBB stelt echter dat deze overwegingen al zijn verwerkt in het aanmerken van de overtredingen als zeer zwaar. Het opleggen van 30% verzwaring is volgens het college daarom onterecht. Het NMa moet de hoogte van de boetes opnieuw vaststellen.
| Stuur door |
