Kerstgedachte
Het is al tegen zessen en ik moet nog veel regelen
voor morgen. Het is de hele dag druk geweest. Altijd zo vlak voor kerst. Ineens moet er nog van alles af. Klussen die al maanden voortslepen en waar de klant maar niet kan kiezen, komen nu ineens in een stroomversnelling. Men wil het geregeld hebben en wel nu.
Het is al tegen zessen en ik moet nog veel regelen voor morgen. Het is de
hele dag druk geweest. Altijd zo vlak voor kerst. Ineens moet er nog van alles
af. Klussen die al maanden voortslepen en waar de klant maar niet kan kiezen,
komen nu ineens in een stroomversnelling. Men wil het geregeld hebben en wel nu.
Nou ja, je moet het ijzer smeden als het heet is, dus werk ik me een slag in de rondte om het allemaal in orde te maken. Het is stikkedonker buiten. Er staat een straffe wind en uit de radio klinken kerstliedjes. Opschieten dus. Het jaar is bijna om.
Dáár wordt op de deur geklopt. Nee, het is niet de Sint. Die is net vertrokken. In de opening staat een schuchtere man met een pet in de hand. Type wil-wat-van-je. Moeizaam begint hij een lange volzin om zijn vraag in te leiden. Of ik wat takken voor hem heb. Hij wil iets moois maken in het dorp. Zaterdag is er een kerstmarkt en nu wilde hij graag het een en ander decoreren.
Samen lopen we naar de takkenhoop. Geen idee wat daar ligt, maar wellicht is er iets. Er wordt genoeg gesnoeid. Ik doe het terreinlicht aan en samen zoeken we in het halfduister. Maar het valt tegen. Wat er ligt is in elkaar gedrukt en zit onder de modder. Stille getuigen van snoeiwerk in de regen.
,,Is die boom van u?” Het is de man die bij de treurwilg aan de sloot staat. ,,Mag ik daar misschien wat takken van?” Dat zou inderdaad moeten kunnen. Het is perfect groen om te decoreren en de boom mag best gesnoeid worden.
Voor ik het weet sta ik op een ladder mijn boom te kandelaberen. Ik moet nog uit kijken of ik val te water. Zie er dan maar weer uit te komen. ,,Ik lijk wel gek!” bedenk ik me ineens. ,,Goed dat de jongens me niet zien.” Ik zaag hier en daar een arm en de hele slootkant ligt vol. De man staat de ladder vast te houden. ,,Bedankt, bedankt,” murmelt hij aan één stuk door. Kennelijk heeft hij het koud, want hij beeft een beetje. Verrek, ik krijg het nu ook koud. Ik wil naar huis. De kachel brand en het is extra gezellig nu de boom staat.
Als ik thuis kom heeft iedereen net gegeten. ,,Waar bleef je nou?” vraagt mijn vrouw. ,,Ja, pap,” zegt mijn dochter, ,,je mag het gerust zeggen als je een geheime minnaar hebt. Dan weten we dat maar voor kerst. Kunnen we een bord minder dekken!” Wijsneus. Braaf eet ik mijn opgewarmde prak op. Nog even doorzetten en dan, heerlijk, twee weken vrij. Fijne feestdagen.
| Reageer |
