Dag 2: Chelsea Flower Show
Weer in Nederland. De volgende ochtend meteen achter de computer; de techniek liet het afweten tijdens de reis. Mijn tuindeuren staan open, want ook hier is het weer prachtig. Ik kijk naar mijn tuin met een licht gevoel van ontevredenheid. Na zoveel moois gezien te hebben in Engeland denk ik: het moet op de schop.
Alhoewel… Mijn Phlomis russeliana heeft voor het eerst in jaren enorm veel knoppen en de Hydrangea quercifolia is aan een prachtig tweede leven begonnen. Het licht schijnt over de schaduwborder en laat de gele IJslandse papaver knallen boven het groen van de bladplanten. En nog nooit zoveel Digitalis in de tuin gehad. Ze hebben hun eigen plaats gekozen, vooraan de border. Daar had ik ze niet ingepland, maar ook op deze plek is het een cadeau. Het is maar hoe je kijkt, hebben we geleerd van reisbegeleider Emiel van den Berg: ‘Niet alleen de ontwerper moet talent hebben, ook de kijker heeft talent nodig’. En zo is het.
Vroeg uit de veren
Donderdag moesten we al vroeg uit de veren. Voor mijn gevoel dan, want voor de meeste reisgenoten was het een ‘uitslapertje’. Om 8.00 in de bus op weg naar de befaamde Chelsea Flower Show. De opstoppingen in het verkeer vielen reuze mee dus we kwamen tijdig aan.
Het was gebruikelijk dat Emiel in de bus het nodige vertelde over de historie van de tuinen, over de wederzijdse invloeden van Engelse en Nederlandse beplantingsontwerpers, over kunst, cultuur en andere inspiratiebronnen. Eenmaal ter plaatse bij de tuin ging ieder zijns weegs. Als iedereen aan het einde van het bezoek weer terug in de bus was, werd met elkaar van gedachten gewisseld. Er werd, soms heftig, gediscussieerd onder leiding van Emiel, die met passie, prikkelende uitspraken en vragen de discussie opriep.
Showtuinen
Chelsea was druk, maar minder dan ik had verwacht. Voor mij stonden de 16 showtuinen op het programma voor het artikel dat in nummer 13 verschijnt. In vergelijking met zo’n vijf jaar geleden, toen ik ook op Chelsea was, zag ik een duidelijke verschuiving in thematiek en stijl. Waren tuinen toen architecturaler met veel design en strak gecomponeerde plantvakken. Nu mag het allemaal veel natuurlijker. ‘Less is more’, lijkt achter ons te liggen. Plantvakken ingericht als bloemenweiden, waarin natuur- en cultuurvariëteiten een omhelzing met elkaar lijken aan te gaan, is de trend. Ingegeven door de toenemende hang naar oorspronkelijkheid, duurzaamheid en natuurlijkheid.
De meeste ontwerpers kozen voor eenvoud en rust in materiaalgebruik. Er werd gebruik gemaakt van het kalksteen dat je in Engeland aantreft, van hout, cortenstaal en koper. Eén tuin viel op door het gebruik van kunststof, maar dit was wel van gerecycled materiaal. In deze kantoortuin was het milieubewustzijn in een moderne jas gegoten.
Hand van de ontwerper
De beplanting had de overhand in de tuinen. De planten weefden zich door elkaar heen alsof ze zichzelf zo hadden uitgezaaid. Maar de hand van de ontwerper was altijd aanwezig. Hoge helblauwe korenbloemen zweefden als tipjes boven de rest van de beplanting uit in de The Blue Water Garden, waar blauw als motief in zowel de natuurlijke als dode materialen terugkwam. De ontwerpers bedienden zich van contrastwerking tussen die bloemenmengsels en strakke snoeivormen (topiary) die eveneens voor het wintergroene karakter van de tuin zorgden. Maar ook door de horizontale en verticale rechte lijnvoering in de toepassing van de dode materialen (wanden, waterpartijen, verhoogde plantbakken etc).
De beplanting sprak de reisgenoten aan, alhoewel er vraagtekens werden gezet bij de toepasbaarheid. Want hoe krijg je je klant zover dat deze kiest voor zo’n arbeidsintensieve beplanting? En is bij de soortkeuze wel voldoende nagedacht over het jaarrond aantrekkelijk zijn van de tuin? Met de gekozen soorten is de tuin tegen het midden van de zomer over zijn hoogtepunt heen. Al met al gaf het voldoende inspiratie en nieuwe ideeën.
Mooiste tuinen
Emiel en ik hadden aan de reisgenoten gevraagd hun mooiste tuin op te schrijven met motivatie en een aansprekend detail. De voorkeuren verschilden afhankelijk van hetgeen de ‘kijker’ van belang vindt in een tuin. De een koos Lands’ End: a Rural Muse van ontwerper Adam Frost, omdat deze tuin een menselijk maat heeft. Het is een tuin waarin je thuis kan komen en waarin je je thuis voelt.
De ander koos The World Vision Garden van ontwerpbureau FlemonsWarlandDesign, omdat het een prachtig thema had, een haast meditatieve plek was, er mooi materiaal in was verwerkt en perfect was afgewerkt.
Een derde koos voor de hernieuwde renaissancetuin The Arthritis Research Uk Garden van ontwerper Thomas Hobly, vanwege de hoogteverschillen in de tuin, de breedte en dieptewerking, de verschillende manieren waarop het water in de tuin was verwerkt, vanwege de rustgevende beplanting en de cypressen. Deze tuin werd ook het hoogst beoordeeld door de bezoekers van Chelsea. Niemand van de vakmensen koos voor de Best Show Garden: The Brewin Dolphin Garden! Ben benieuwd naar het RHS-oordeel!
Emotie
Twee tuinen sprongen eruit in de beoordeling door de vakmensen: The M&G Garden van ontwerper Andy Sturgeon en Quiet Time; DMZ Forbidden Garden van de Koreaanse Jihae Hwang. Over deze laatste tuin was discussie. Want was dit een tuin of een statement? Deze tuin verwijst naar het Koreaanse conflict tussen Noord en Zuid. Het verbeeldt de gedemilitariseerde zone (DMZ). Door de gehele tuin tref je symbolen aan van het geweld en het ruw uit elkaar rukken van één volk. Het terrein is overwoekerd door prachtige beplanting, zo samengesteld alsof het op een natuurlijke wijze is ontstaan. De natuur overdekt de verschrikkingen van het verleden, de natuur trekt zich niets aan van het menselijke geweld. Het is de emotie die ten grondslag ligt aan de keuze, zo was de conclusie. Maar is een tuin geen emotie?
| Reageer |
